MENU

Ruben Castro

Ruben Castro
Ruben Castro
laureaat

Wat betekent het voor jou om een beginnend vormgever te zijn?

RC: Als beginnend vormgever denk je erover na hoe je werk kunt maken buiten de context van een studie of een instituut, in een meer vrije omgeving. De verantwoordelijkheid hangt altijd van jezelf af maar nu niet in de vorm van een diploma dat je misschien haalt maar een publiek dat het begrijpt en ontvangt.

Maakt dat jou meer bewust voor het publiek?

RC: Niet meteen, de methodes blijven hetzelfde. Ik probeer iets te communiceren. Of het nu voor een jury of voor docenten of voor een groep is, de communicatie blijft hetzelfde. Om een voorbeeld te geven: tijdens je opleiding tot architect maak je vooral maquettes en dat zijn de representaties van een idee, de constructies van de architectuur van een gebouw. De tekening en de maquette kunnen op zich staan maar representeren meestal toch iets anders dan de werkelijkheid. Daarom vond ik het interessant om nu 1:1 te werk te gaan. Bij maquettes kun je grote gebaren maken op een kleinere schaal wat ook interessant is, maar ik vond dat ik werk moest maken dat een uitkomst is en niet een representatie van een mogelijkheid.

Er zit een element van abstractie in jouw werk. Vind jij dat de kijker moet uitmaken wat hij ziet?

RC: Ja, maar dat is niet omdat ik een spel wil spelen, ik laat altijd ruimte voor interpretatie. Het is sowieso een beeld en de kijker heeft een eigen lezing. Ik beperk de kijker als ik zeg wat het is. Als ik het niet specifiek benoem gaat hij meer kijken en komt er ook een soort proces op gang. Dan kun je in die zin een nieuwe perceptie tot stand brengen.

Ik proef een dubbele rol: 1. het werkelijke bouwen en 2. anderen laten zien wat bouwen betekent. Zijn ze voor jou allebei gelijkwaardig?

RC: Ik denk dat het ene noodzakelijk is voor het andere, het kan niet zonder elkaar.

Architectuur kan heel autoritair zijn…

RC: In architectuur, bij bedenkelijke voorbeelden, zie je vaak dat een bepaalde herkenbare vorm wordt gebruikt als vertrekpunt. Het is symboliek maar het heeft niets te maken met wat er in het gebouw gebeurt. Het staat volledig los van hoe de mensen zich voelen en bewegen in dit gebouw.

Betekenissen kunnen veranderen, gebouwen kunnen veranderen. Verandert daarmee ook de betekenis van de architectuur?

RC: Ik vind het heel interessant als een gebouw tijdloos is maar dat je toch kunt zien in welke tijd het gebouwd is. Aan een gebouw van Louis Kahn bijvoorbeeld kun je heel goed zien uit welke tijd het dateert. Tegelijkertijd voelt het tijdloos aan. Het Kimbell Art Museum in Fort Worth, Texas, heeft nog steeds een van de mooiste én relevante museumverlichtingen, terwijl je toch kunt zien dat ze uit een andere periode stamt. Een zekere kwaliteit.

Waarom zou dat een streven zijn?

RC: Als je dat kunt bereiken, dan kan het gebouw de verandering van tijd ook aan. Dan hoeft het niet te veranderen telkens als de functie van het gebouw wijzigt. Ook hierin zit de schoonheid van een gebouw. Deze schoonheid is niet louter pragmatisch maar bestaat door middel van een bewondering die tijdloos is.
Jij werkt op een manier die vaak anders is, heel procesmatig.

Heb je het idee dat je nu stijlvast bent?

RC: Wat betekent stijlvast? Dat je als architect een soort van handtekening krijgt, zoals Calatrava? Ik denk dat het niet over stijl gaat, maar over een tijdloze kwaliteit in een specifieke tijd. Dat de gebouwen van nu iets van die tijdloosheid hebben maar dat het heel anders is over dertig jaar. Alles verandert, er is steeds meer kennis.

Nog even terug naar Toegepast 20. Je had het over de rol van de maquette, van de tekening en hoe die ‘het werk’ zijn. Maar het is nog steeds ongelooflijk moeilijk voor de architect om de presentatie van architectuur in een tentoonstelling los te koppelen van het representatieve.

RC: Daarom heb ik altijd foto’s gebruikt, niet alleen als middel maar ook als doel. Als een registratietool voor mezelf om er daarna mee aan de slag te gaan. De foto’s zijn hierdoor geen middel meer, je kunt ze echt als werk beschouwen. Het een kan niet zonder het ander. De foto’s laten je ook heel specifiek iets zien, je kijkt naar ruimtes. In de begijnhoftuin bouw ik een paviljoen rond twee zitbanken. Eromheen komt een structuur die ’s nachts een nieuwe efemere ruimte zal creëren door middel van licht.

Waar voel je je eigenlijk verantwoordelijk voor als architect?

RC: Verantwoordelijk? Waar ik vaak mee worstel is het volgende: als je autonoom opereert, wat is dan jouw bijdrage aan het beroep van architect of aan het vakgebied? Loont het wel om iets te doen? Als architect voel ik mij natuurlijk verantwoordelijk ten opzichte van de zwaartekracht.

Is dat een kwestie van verantwoordelijkheid of is dat ambitie? Ik vind dat er wel een verschil is tussen die twee.

RC: Ik denk dat het de verantwoordelijkheid is om daar een bijdrage aan te leveren en het de ambitie is om daar goed in te zijn.

Dus je voelt je verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan de architectuur in formele zin.

RC: In de manier van denken, hoe ik het benader.

Waar verhoudt dit denken zich toe?

RC: Enerzijds de manier waarop we architectuur creëren en hoe we de architectuur benaderen als discipline. Anderzijds moet architectuur ook bruikbaar zijn in de zin van een belichaamd beeld, een lichamelijke ervaring binnen de context van het gebouwde. Anders maak je gewoon een sculptuur. Als architect ben je je bewust van al de processen die architectuur tot stand brengt.