MENU

Charlotte Vandenborre

Charlotte Vandenborre
Charlotte Vandenborre
laureaat

CV: Mijn onderzoek voor Toegepast 20 vindt inspiratie in het zwerversbestaan en wat dit met zich meebrengt. Ik maak foto’s en bewerk die vervolgens met computer software. Ik focus mij vooral op het spel met lijnen en licht/donker effecten: het donker maken en oplichten van bepaalde onderdelen van het beeld. Dat wat je ziet en niet ziet, bepalen wat wel en niet belangrijk is. Het gaat over een doorschemeren van beelden. Deze beelden pas ik dan toe op een weefsel van textiel waarbij ik speel met de manier waarop de draden over en door elkaar heen worden gespannen. 

Hoe zie jij het effect er van? Wat wil je dat de toeschouwer ziet?

CV: De loshangende draden weerspiegelen voor mij het concept van het bestaan. Hoe iemand zijn huis kan verliezen, hoe snel dit kan gebeuren en hoe lang of kort dat kan duren. De maatschappij staat hier niet bij stil. Wij durven niet kijken. Daarom wil ik dit moment vastleggen met een manier van werken waarin ook veel tijd en methodiek zit. 

Vastleggen, betekent dit voor jou tastbaar maken met de materie?

CV: Ja. Dat is het moment dat het beeld – en wat het symboliseert – en de materie met elkaar verbonden worden. 

Spelen de materialen die jij hiervoor gebruikt daarin een belangrijke rol?

CV: Ik maak gebruik van afvalmaterialen, van de schoonheid van het verval. Materialen zoals karton, krantenpapier en plastic zakken ga ik opnieuw gebruiken. Daklozen hebben vaak een noodzakelijke relatie tot dit soort materialen. 

Je maakte eerder al een werk dat over slapen ging. Hoe verhoudt dit werk zich daartoe?

CV: Ik ben op zoek naar een bepaalde soort realiteit in mijn ontwerpen. Een alledaagsheid. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de mens. Hoe hij zich gedraagt en wat zijn positie in de maatschappij is. In mijn werk over slapen ging het over hoe een slapende mens zich gedraagt tijdens het slapen. Ik heb toen een aantal dingen gefilterd uit de patronen die gemeten zijn tijdens de verschillende stadia van de REM-slaap, en die vastgelegd in een patroon voor het werk. De kleuren die in iemands dromen voorkomen bijvoorbeeld, gebruik ik dan als onderdeel van het werk. Omdat een droom chaotisch en onsamenhangend is zijn de patronen die uit dit werk zijn voortgekomen dat ook. 

Wil jij de afstand tot jouw onderwerp, in dit geval de daklozen, verkleinen of gaat het om een verstilling van een bestaande afstand? 

CV: Verstilling. Het gaat om het zichtbaar maken van een bestaande situatie. 

In veel gevallen zie je een distorsie in het beeld en wordt de werkelijke identiteit van het onderwerp secundair. 

CV: Voor mij gaat het om een maatschappelijk fenomeen en niet zozeer om een specifieke persoon. Ik heb wel onderzoek gevoerd naar een dakloze omdat ik hem zo vaak tegenkwam in het station in Brussel. Ik heb nooit met hem gesproken maar ik zag hem vaak en ik merkte dat hij een bepaalde taak op zich had genomen, namelijk het distribueren van voedselpakketten onder de andere daklozen. Maar voor mij is dit een persoonlijk aspect van het verhaal en hoeft het niet verteld te worden. 

Hoe kies jij de beelden waarmee jij werkt?

CV: De mens en de manier waarop hij wordt afgebeeld. Welke gezichtsuitdrukking en welke kleuren er te zien zijn. Dat laatste is voor mij heel belangrijk. Normaal werk ik heel kleurrijk maar nu meer in zwart-wit omdat dit onderwerp voor mij iets neutraals heeft. Iets onpersoonlijks. Daklozen maken deel uit van de maatschappij maar eigenlijk ook weer niet. Daarom heb ik gekozen voor wit en zwart, kleuren die eigenlijk geen kleuren zijn. 

Is dit bepalend voor de presentatie van jouw werk?

CV: De werken zijn transparant en ik hang ze op zo’n manier in de ruimte dat de toeschouwer vanuit verschillende posities steeds weer andere associaties kan maken. De manier waarop ik de beelden bewerk is ook heel belangrijk. Door bijvoorbeeld de pixels zo groot te maken dat het beeld moeilijk leesbaar wordt, bepaal ik de plek waar de toeschouwer moet staan om het werk te zien en te begrijpen.

Zou jij jouw werk bescheiden noemen?

CV: Het is mijn bedoeling om kwetsbaar werk te maken en een trage techniek te hanteren. Ik ben bezig met een werk dat wordt opgehangen en waarvan de draden tot aan en over de grond lopen. De mensen mogen hier op staan. Aan de beschadigingen aan het werk kan ik het kijkgedrag van de toeschouwer afleiden. 

Waar voel jij je verantwoordelijk voor als ontwerper? 

CV: Ik ben geïnteresseerd in de alledaagse realiteit. Ik wil bepaalde maatschappelijke problemen onder de aandacht brengen, daar voel ik mij verantwoordelijk voor. De techniek zelf is ook traag waardoor contemplatie eerder voorkomt. Een verhaal vertellen met textiel. 

Voor wie maak jij jouw werk?

 

CV: Voor iedereen. Laatst vroeg iemand aan mij: “Veel mensen zien het achterliggende verhaal niet en ook de traagheid bij het ontstaan van het werk ontgaat hen vaak. Vind jij dat niet erg?” Ik vind dat dus niet erg. Ik wil de mensen verrassen en hen laten zien dat textiel ook anders kan zijn dan het historische wandtapijt.