MENU

Anne Lightenberg

Anne Ligtenberg
Anne Ligtenberg
laureaat

Waar voel jij je als ontwerper verantwoordelijk voor?

AL:  Ik voel dat ik een bijdrage moet leveren aan de maatschappij, dat ik iets kan doen om te helpen. Dit bepaalt de opdrachten die ik aanneem maar ook wat ik doe in mijn vrije werk. Veel van mijn projecten hebben betrekking op mijn eigen situatie of omgeving, of anders verdiep ik er mij zo in dat het dichterbij komt. Mijn projecten over autisme en cystic fibrosis zijn beide ontstaan omdat mensen in mijn omgeving hiermee te maken hebben of aan de ziekte lijden. Ik zie het probleem van dichtbij en daarom ben ik geneigd om als vormgever een oplossing te zoeken. 

In het algemeen is vormgeven een snel vak. Jouw manier van werken is dat niet. Hoe zie jij dat?

AL:  De opdrachten die gepaard gaan met snelheid zijn gewoon niet mijn keuzes. 

Hanteer je nog andere criteria?

AL:  De vraag moet open zijn en de opdrachtgever moet welwillend zijn. 

In jouw project over dyslexie probeer je de aandacht te vestigen op dyslexie als fenomeen. Wat is jouw standpunt als vormgever hierbij?

AL:  Ik denk dat het daar moet beginnen. Mensen beginnen mij te zien als een expert op het gebied van dyslexie vanwege de manier waarop ik het in beeld heb gebracht. Ik heb het probleem begrijpelijk gemaakt omdat ik op een heldere manier heb weergegeven wat het betekent om dyslexie te hebben. Het is mij bijvoorbeeld duidelijk geworden dat een gedrukte tekst gemakkelijker leest voor iemand met dyslexie wanneer er meer witruimte tussen de regels is. Het zou een heel groot verschil maken als hier rekening mee gehouden werd in de leerboeken voor scholen. Voor de dyslectici is het een feest van herkenning en voor de mensen die hen moeten helpen is het een inzicht in de echte problemen van dyslexie. Als mensen – aan de hand van mijn werk – goed kunnen inzien wat het is om dyslexie te hebben, dan is een werkelijke verandering wel mogelijk in de begeleiding van dyslectici.

Pak jij dat op omdat anderen dat niet doen? 

AL:  Een grappige anekdote: bij de Graduation Show op de Design Academy kwam de oude directeur van de Academy langs met Minister voor Cultuur Jet Bussemaker. Toen vroeg de minister of mijn werk mij niet meer een sociaal werker maakte dan een vormgever. De vraag impliceerde een verwachting dat de vormgever eerder objecten produceert dan dat hij zich engageert voor de maatschappij op een holistische manier. Ik heb weinig interesse in alleen objecten produceren. 

Hoe kom je tot een vorm? Bijvoorbeeld bij het spel voor kinderen met ouders die autisme hebben?

AL:  Via een vriend van mij kwam ik in contact met een jongen die Asperger heeft en boeken was gaan lezen over hoe autisme aan normale mensen wordt uitgelegd, in de hoop dat hem hierdoor duidelijk zou worden hoe ‘normale mensen‘ werken. Zo realiseerde ik mij dat de naasten van iemand met autisme een bepaalde rol hebben als filter of tolk tussen de persoon met autisme en de maatschappij. Maar als het gaat over een kind met een autistische ouder, hoe kan dit kind dit helemaal snappen gezien autisme echt een complexe aandoening is? Mijn onderzoek bood mij een handvat toen het mij duidelijk werd dat bij iemand die autisme heeft alle prikkels even hard binnenkomen. Daarom bedacht ik dat ik iets moest maken waar alles even belangrijk is en waarbij de speler zelf orde moet scheppen. Dat werd mijn vertrekpunt. Ik heb vervolgens een puzzel gemaakt die in elkaar gezet kan worden door middel van een patroon maar er is geen eenzijdig antwoord. Voor iedere speler is dit anders. Ik heb voor driehoekige blokjes gekozen omdat het moeilijk werken is binnen een patroon, omdat er altijd een richting wordt bepaald vanwege de drie zijdes en dit een intuïtieve verwijzing is naar de binnenkomende impulsen. De puzzel sluit aan bij de ervaring om alles vanuit een patroon te lezen en op te lossen.

Verhoudt jouw rol als vormgever – het onderzoek, het idee er achter en de reden waarom je het doet – zich tot de mensen met wie jij werkt?

AL:  Als vormgever ben je altijd afhankelijk van de mensen met wie je werkt. Mensen en hun situaties die zij kiezen met mij te delen, zijn mijn bronnen. Eerst wil ik de omstandigheden begrijpen. Dan pas komt het vormgeven.