MENU

An Onghena

An Onghena
An Onghena
laureaat

Vanwaar de keuze voor het landschap als onderwerp?

AO: Mijn werk gaat over het oneindige. Het onbevattelijke. Het landschap is gevormd door de natuur en niet door de mens. Ik heb me hier verder in verdiept en zo kwam ik op het idee om op zoek te gaan naar landschappen waar de mens niets aan veranderd heeft. Ik zoek het weidse. Het sublieme. 

Hoe ben jij hier aan begonnen?

AO: Ik ben gaan reizen en foto’s gaan maken van de landschappen die aan mijn idee voldeden van het onbevattelijke en het sublieme. 

Jij werkt veel in series. Zijn deze gebonden aan de reizen die jij maakt?

AO: Nee. Ik reis vaak omdat er in Nederland en België nog maar heel weinig natuurlijke landschappen te vinden zijn. De roadtrips leveren wel steeds nieuwe ideeën en input op. 

Zitten er in jouw werk dan ook invloeden uit de romantische traditie? Meer bepaald de schilderkunstige traditie van de Romantiek? Schaal is bijvoorbeeld heel belangrijk voor deze schilders om de grootsheid van de natuur te laten zien. Hoe ga jij daar mee om?

AO: Een gevoel van verte, van eindeloosheid is heel belangrijk in mijn werk. De mens is afwezig om de natuur grootser en weidser te doen lijken. Het gaat niet om de persoon in het doek – zoals bij ‘Monnik aan Zee’ van Caspar David Friedrich – maar om de persoon voor het werk die er het sublieme in ervaart. Ik probeer in mijn foto’s niet te veel voorgrond te hebben. Dat leidt alleen maar af. Ik probeer de horizon precies in het midden te houden om het gevoel van ruimtelijkheid te versterken.

Hoe verhoudt deze benadering zich tot echte abstractie?

AO: Ik wil dat mensen zich afvragen hoe groot het landschap is waar zij naar kijken. Niet of het in Frankrijk ligt of elders. 

Laat ik de vraag anders stellen: zit volgens jou de identiteit van het werk daarin dat het landschap gereduceerd wordt tot de karakteristieken van het landschap of gaat het eerder om een abstrahering van het landschap tot het punt dat het eigenlijk iets anders wordt? 

AO: Ik denk eerder het tweede. Nogmaals, het gaat over het weidse en het gevoel van weidsheid. Het werk waar ik nu mee bezig ben voor Toegepast 20 gaat over het universum, het ultieme oneindige.
Ik probeer de onmetelijkheid weer te geven van iets wat we niet kennen. Omdat dit eigenlijk onmogelijk is ontstaat er een zekere abstractie die ik ook wil tonen. Ik bouw hiermee verder op het idee van het landschap. 

Hoe ga je dat doen?

AO: Onder een groot grijs vlak van scratch-off inkt ligt een hele sterrenhemel verscholen terwijl op de tegenoverliggende muur een oneindig lange lijst met data wordt getoond. Het zwarte beeld is de rechtstreekse vertaling van deze data: de exacte locatie in het universum. Niet dat je hiermee je geluk moet beproeven, wel confronteert de installatie je met jouw lot: de nietigheid ten opzichte van het onmetelijke en het onbekende en de grootsheid van het universum. 

Het boek dat ik erbij toon, speelt ook een prominente rol. Ik catalogiseer hierin op kleur en grootte de 83 sterren die van op aarde het helderste zijn. Een ander boek bevat een verzameling zelf genomen zwart-wit foto’s van de sterrenhemel. Dit boek plaats ik in de ruimte als een teken aan de wand ten opzichte van de abstractie en de onmetelijkheid van het universum.

Voel jij je eigenlijk een grafisch vormgever? 

AO: Deze vraag heb ik wel vaker gehoord en mijn antwoord is steeds hetzelfde: ja, want ik doe ook het werk van een grafisch vormgever. Natuurlijk is dit meestal werk in opdracht waar ik ook best van geniet, maar het is niet hetzelfde als mijn vrij werk. Maar dat maakt mij nog geen kunstenaar. ‘Visual artist’ zegt mij ook niet zo veel. Grafische vormgeving is mijn basis en het typeert mijn werk. Bij ieder werk dat ik maak – elke serie waar ik aan werk – maak ik ook graag een publicatie. 

Die publicaties worden dan wel op een manier gemaakt dat ze ook een autonoom werk zijn …? 

 

AO: Ik houd van een mooie kaft en een fraaie rug met goed papier, maar het is wel belangrijk voor mij dat de publicatie past in het concept van het geheel. Het boek moet het verhaal ook kunnen vertellen zonder dat het per se gelezen hoeft te worden.